Lange, dunne stengels die naar het raam buigen en nieuwe blaadjes die klein en bleek blijven: zo laat een plant zien dat hij te weinig licht krijgt. Een groeilamp voor planten vult dat tekort aan. Voor groente, kruiden en kamerplanten in huis is een LED kweeklamp de gangbare keuze. Kies hem op spectrum en op het licht dat bij je plant aankomt, in plaats van alleen op het aantal watt. Hang hem dicht genoeg boven je planten en zet hem op een timer. Zaailingen hebben genoeg aan 14 tot 16 uur licht per dag.

Wanneer een groeilamp voor planten zin heeft

Achter glas komt maar een deel van het buitenlicht binnen. In de winter is dat buitenlicht zelf al veel zwakker dan in de zomer. Een vensterbank die in juli prima werkt, is in november vaak te donker voor zaailingen of basilicum. Een kweeklamp helpt in drie situaties:

  • je zaait in het voorjaar groente voor, zoals tomaten en paprika’s
  • je kweekt kruiden in de keuken, ver van het raam
  • je kweekt in een kweektent of kweekkast zonder daglicht

Je ogen zijn een slechte meter. Ze passen zich aan, waardoor een kamer licht oogt terwijl een plant er nauwelijks van groeit. Twijfel je, dan geeft een lichtmeter je een goede indicatie.

Soorten kweeklampen

Voor groente, kruiden en kamerplanten in huis kom je vooral twee soorten tegen: LED en TL. Een LED kweeklamp is zuinig, gaat lang mee en geeft weinig warmte af. TL-buizen werken ook, maar hangen volgens Iowa State University dichter boven de plant dan een LED-lamp.

Binnen LED zie je weer verschillende vormen. Een losse lamp met een gewone fitting draai je in een bestaande lamphouder, handig voor één of twee planten. Een paneel belicht een groter oppervlak tegelijk en past boven een kweektafel of in een kweektent. Een kleine lamp met klem richt je op één pot in de woonkamer.

Spectrum: wat rood, blauw en wit licht doen

Planten gebruiken voor fotosynthese het licht tussen 400 en 700 nanometer. Dat deel van het spectrum heet fotosynthetisch actieve straling, kortweg PAR. Binnen die band spelen kleuren een eigen rol:

  • blauw licht helpt bij compacte, stevige groei en goed blad
  • rood licht speelt een rol bij bloei en vruchtzetting
  • wit of full spectrum licht bevat beide en ziet er voor je ogen normaal uit

Een lamp die alleen rood en blauw geeft, herken je aan het paarse schijnsel. Zo’n rood-blauwe lamp richt zijn licht op de kleuren waar de plant het sterkst op reageert. In een kweektent of op zolder stoort dat paarse licht niemand. Hangt de lamp in je keuken of woonkamer, dan kies je eerder wit licht.

Op de verpakking staat vaak een kleurtemperatuur in Kelvin. Die zegt hoe het licht voor je ogen oogt: hoe hoger het getal, hoe witter en koeler het licht. Voor de groei van je plant is het spectrum binnen de PAR-band belangrijker dan dat ene getal.

Wattage zegt iets over verbruik, niet over licht

Het aantal watt op een kweeklamp vertelt hoeveel stroom hij verbruikt. Hoeveel bruikbaar licht er bij je plant aankomt, kun je daar niet uit afleiden: de ene lamp maakt van dezelfde stroom meer licht dan de andere.

Het getal dat wel iets zegt over het licht dat je plant krijgt, is de fotonenstroomdichtheid, in het Engels PPFD. Die geeft in micromol per vierkante meter per seconde (µmol/m²/s) aan hoeveel PAR-licht er op een oppervlak valt. Noemt een fabrikant deze waarde, dan vergelijk je lampen daarop. Let erop op welke afstand hij gemeten is, want de lichtintensiteit neemt snel af naarmate de lamp hoger hangt.

Zie je alleen een wattage, gebruik dat dan om je stroomverbruik uit te rekenen en niet om te bepalen of de lamp sterk genoeg is.

Ophangen en branduren

Iowa State University adviseert om een LED-lamp ongeveer 20 tot 30 centimeter boven zaailingen te hangen en een TL-buis op 10 tot 15 centimeter. Hang de lamp aan een verstelbare ketting of zet je bakken op blokken die je weghaalt, zodat de afstand gelijk blijft terwijl je planten groeien. Zorg voor wat luchtstroom rond de planten, zodat de warmte van de lamp weg kan.

Voor zaailingen adviseert dezelfde universiteit een timer die de lamp 14 tot 16 uur per dag aanzet. Een plant heeft elke dag ook een donkere periode nodig, dus laat de lamp niet dag en nacht branden. Een timer zorgt dat de lichtperiode elke dag op hetzelfde moment begint en eindigt, ook als je er zelf niet aan denkt.

Een groeilamp voor planten kiezen in vier vragen

Bij binnen kweken draait alles om licht. Met deze vier vragen weet je in de winkel waar je naar kijkt:

  1. Hoeveel planten wil je belichten? Eén pot vraagt om een kleine lamp, een kweektafel om een paneel.
  2. Waar hangt de lamp? In de woonkamer kies je wit licht, in een kweektent mag het rood-blauw zijn.
  3. Noemt de fabrikant de PPFD in µmol/m²/s, met de meetafstand erbij? Vergelijk daarop in plaats van op watt.
  4. Kun je de hoogte verstellen en zit er een timer bij? Zonder die twee haal je weinig uit een goede lamp.